Hoe het bij mij goed mis is gegaan met de Cito toets en het oordeel van de school/leerkracht.
Op de basisschool ‘De Hoogeweg’ heb ik in de, toen nog, zesde klas de Cito toets gedaan.
Het eerste deel bestond uit vragen en voor het tweede deel moesten wat teken- en handvaardigheidsoefeningen worden gemaakt. Bijvoorbeeld de opdracht ‘maak een brilletje van een stuk draad’. Dat is mij makkelijk afgegaan, want ik ben a. boerenzoon en dus vertrouwt met het materiaal en b. vanwege mijn achternaam goed bekent met het onderwerp.
Diepe droefenis
Mijn favoriete tv-serie was indertijd de onderwater wereld gefilmd door Jacques Cousteau en andere natuurdocumentaires. Verder las ik op school en via de bibliotheek in Hardenberg al jaren alles wat ik kon vinden over welk dier of natuurfenomeen dan ook. Ik was vast besloten om bioloog te worden.
Een aantal weken later hadden mijn ouders een gesprek over de uitslag van de toets en de schoolkeuze met de leerkracht van de zesde klas tevens hoofdmeester van de school.
Het toets-oordeel was: ‘Geert kan de LTS makkelijk doen en de mavo zal met moeite gaan. Mijn advies: Laat Geert naar de LTS gaan.’
Dreun
Deze uitkomst was voor mij een enorme dreun, een droevig dal van treurnis omdat ik wist dat je, om bioloog te worden, naar de universiteit moet en om daar te komen wilde ik graag naar de eerste klas van het vwo of minimaal de havo!
Hoera naar de mavo!
Gelukkig mocht ik van mijn ouders toch naar de mavo. Mijn vier jaar oudere zus, die al op de mavo zat, zou mij kunnen helpen met leren. Zo was het idee.
Dat helpen was niet nodig want ik was super gemotiveerd en haalde meteen al goede cijfers. Ik had plezier in het leren en leerde wel 2,5 tot 3 uur per dag. Op alle vakken goede cijfers halen, lijkt mooi maar dat gaf weer andere problemen. Welk vak moet je laten vallen? Die keuze mocht ik van school lang uitstellen door tot en met de derde klas alle vakken te houden. Na vier jaar haalde ik mijn mavo diploma met een 8,3 als gemiddelde.
Oei, wat nu?
Als enige zoon in een boerengezin ligt je toekomst vaak al vast. Je neemt de boerderij over. Dat betekent na de mavo doorleren aan de middelbare landbouwschool.
Door mijn goede prestaties op school liep dat anders. Er was een alternatief: naar de havo.
Onze boerderij was te klein om mee te kunnen doen aan de trend: grootschalige productie. En mijn moeder had vroeger heel graag door willen leren, maar dat mocht/kon toen niet.
Dus is het havo geworden. In klas 4 van de havo haalde ik nog steeds goede cijfers, al daalde mijn gemiddelde wel naar 7,7. Dat was toch voldoende om een jaar over te slaan door van havo klas 4 over te stappen naar vwo klas 5. Al die tijd leerde ik de lesstof weinig anders dan op de mavo, maar ik had wel heel veel geleerd op de mavo en daar had ik nu een goede basis aan. Zo haalde ik mijn vwo-diploma met gemiddeld een 6,9 en kon ik gaan studeren in Groningen.
…en door
Vanuit de interesse voor scheikunde en biologie ben ik begonnen met scheikunde te studeren om daarna dit te combineren met biologie (biochemie).
Nu moest ik de manier van leren, mijn leeraanpak, wel helemaal omgooien! De hoeveelheden lees-, leer- en maakwerk waren dusdanig groot dat het anders niet meer in een studieweek zou passen ☺
Op de universiteit was voor mij van begin af aan duidelijk dat ik mijn onderwijsbevoegdheid zou gaan halen. In mijn lange middelbare schoolloopbaan ben ik namelijk heel veel inspirerende docenten tegengekomen.
Naast het studeren moest er extra geld verdiend worden en dat lukte bij het huiswerkinstituut ‘Stavast’ te Haren (Gr). Daar kwam ik voor het eerst in contact met het ‘huiswerkbegeleidingswerk’.
Avondstudie
Vele jaren later volgde ik in de avonduren een tweejarige managementcursus. Daarvoor moest ik één keer per week naar Zwolle. Met de trein een uur reizen vanuit Leeuwarden. In het uur op de heenreis bereidde ik de lessen voor en op de terugreis werkte ik mijn aantekeningen uit. Tot mijn eigen verbazing hoefde ik tussen de lessen door nauwelijks te studeren.
Door al deze jaren van leren en studeren, moeilijk en makkelijk, exacte en niet-exacte vakken, vielen bij het lezen van de recente neuro-wetenschappelijke en pedagogische artikelen de puzzelstukjes voor mij op zijn plek. De puzzel die voor een slimmere en handiger manier van leren staat en hoe je daar als ouder of buddy bij kan helpen.
Deze waardevolle inzichten gebruiken
Natuurlijk ging het bij mij om een Cito-toets in ontwikkeling. Maar het dilemma speelt nog steeds. Waar moet de keuze op gericht zijn: Op de resultaten van de toets, de ervaringen van de school/leerkracht of het oordeel van de ouders en de betrokkene zelf?
En..
Wat neem je verder nog mee in de afweging. Kan één van de ouders helpen met het huiswerk? Of een broer of zus? Is er een vriend of vriendin die naar dezelfde school gaat? Wordt de hulp door de leerling in kwestie geaccepteerd?
Mijn ouders konden en hoefden mij niet te helpen met mijn huiswerk. Maar ik ben ze wel ontzettend dankbaar voor de kansen die ze mij gegeven hebben. Zij hebben voor de talenten van hun kinderen gekozen, ook bij mijn zussen, al betekende dat wel dat het familiebedrijf niet zou worden voortgezet.
De zin: ‘Ouders willen het beste voor hun kinderen’ krijgt dan betekenis.
Slecht voorbeeld
Ik ben natuurlijk een slecht voorbeeld. Je kunt me waarschijnlijk bestempelen als laatbloeier, al ik had een zeer helder doel voor ogen, namelijk bioloog worden. En de leerkracht heeft mijn thuissituatie en mijn sociale achtergrond meegenomen in zijn advies. Dat paste in die tijd.
Ik ben wel heel lang boos geweest over dat advies. Ik voelde mij te kort gedaan en in die tijd heb ik er geen ander antwoord op kunnen vinden dan mijn gelijk te bewijzen door goede cijfers te halen.
Die boosheid en bewijsdrang heeft mij gevormd. In de zin dat ik altijd op zoek ben naar hoe het beter kan en vooral slimmer, voor mijzelf en anderen.
Ondertussen kan ik van mijn bevindingen ook stevig balen…
..want ik had dus alles moeiteloos in veel minder dan de helft van de tijd kunnen leren!


