Wat je schrijft, blijft

ID 808715 Karenr | Dreamstime.com

Een paar jaar geleden hebben we vakantie gevierd in een vakantiehuisje. Het vakantiehuisje had een superklein toiletpotje. Bij de eerste keer gebruiken, plofte ik er gewoon op. Ik had de pot veel minder laag ingeschat en schrok van het stukje ‘luchtledig’. Bij de tweede keer was het ook nog wat onwennig, maar bij de derde keer had ik de hoogte van de pot al helemaal door en nam ik plaats alsof het al jaren mijn ‘troon’ was.

Je hebt dit zelf waarschijnlijk ook wel eens meegemaakt op een vreemd toilet. Het is grappig en verbazingwekkend hoe snel zoiets went. Dit vertelt ons iets over onze hersenen en ons ‘spiergeheugen’.

Je ‘spiergeheugen’ train je door herhaling tot het automatisch gaat. Dat gaat dus soms heel snel!

Deze manier van leren is bekend bij iedereen die heeft leren: fietsen, autorijden, zwemmen, turnen, een balsport…,maar ook schrijven en typen…
..en als je regelmatig naar een andere WC gaat dan thuis.

Schrijven en typen staan in het rijtje allebei, omdat het aanleren tot dat het vanzelf gaat hetzelfde is.

Als hulp bij het leren van huiswerk werken ze NIET allebei even goed.

Hoe dat komt lees je hieronder.

 

Typen of schrijven – wat is het beste?

Typen

Bij het typen train je spieren een bepaalde toets aan te slaan als je een letter of leesteken wil maken.

Ik heb zelf typecursus gehad op de mavo na schooltijd. Resultaat: een 6 voor niet-blind typen.
Het lukte mij niet om ‘blind’ te typen. Dat is typen met je ogen op de tekst en je handen het werk laten doen op de typemachine/keyboard.

Ik was gewoon te nieuwsgierig. Ik wilde weten waar de tekst over ging.

Voor blindtypen moet je een soort kopieermachine worden. Je leest dan geen woorden maar typt elke letter die je ziet apart.

Bijvoorbeeld:         De foto is groot.

Type je: shift d | e | spatie | f | o | t | o | spatie | i | s | spatie | g | r | o | o | t | punt

Je leest niet wat er staat en je kijkt ook niet op je toetsenbord. Je kopieert dat wat je ziet of wat je hoort.

Je spieren ‘weten’ precies welke toets op het toetsenbord moet worden ingedrukt en bij woorden ook de juiste volgorde. Het gaat automatisch.

Bij mij op cursus zijn hoge scores voor aantal aanslagen per minuut gehaald, tot meer dan 200 aanslagen per minuut.

 

Schrijven

Als je schrijven vergelijkt met typen vallen gelijk een aantal dingen op. Ten eerste gaat schrijven veel langzamer. Je haalt niet het aantal letters per minuut zoals bij het typen. Ten tweede maak je elke letter zelf. Bij typen is het maken van een letter gelijk aan het indrukken van een toets. Die beweging is voor alle letters hetzelfde.

Voor het maken van aantekeningen en het leren van je huiswerk zijn dit belangrijke verschillen. Verschillen die in je voordeel zijn.

Hoe zit dat?

Bij het schrijven van aantekeningen kun je maar een kleine hoeveelheid opschrijven van wat er gezegd wordt. Je moet dus steeds een keuze maken van wat het belangrijkste is. Daardoor is je brein al heel actief met de lesstof bezig. Veel beter dan bij het typen.

Dit effect is al veel langer bekend en is goed onderzocht (kijk voor de artikelen hierover op de website van Leren voor je Diploma).
De ondergang van de iPad-scholen is hier ook deels aan te wijten. Binnen het onderwijs is nu de trend om meer te gaan schrijven.

maar er is meer…

Bij het schrijven gebruik je een veel groter deel van je hersenen dan bij het typen. Bij het schrijven moet je veel meer spieren aansturen dan bij het typen. Je moet de hele letter zelf maken. De spieren moeten ook heel precies worden aangestuurd.

Als je een woord goed hebt leren schrijven heb je soms ook het gevoel dat je helemaal niet meer hoeft na te denken om het op te schrijven. Je hand ‘weet’ hoe je het moet schrijven.

Kortom

Wat je schrijft, dat blijft en kun je veel beter onthouden.

Dat nou precies waar je naar op zoek bent voor het maken van je huiswerk en handig leren.

 

 

Tip 1:
Zoek maar eens op ‘schrijven versus typen’ met Google voor een hersenfilmpje hierover.

 

Tip 2:
Schrijven is dus ook heel goed bij het leren van woordjes (zie 5 minuten-20 minuten)

Share the Post: